Persbericht 21-december-2007 KLPD regio Brabant Zuid-Oost

Zuidoost Brabant: Inzittenden Funnybike helmdraagplichtig

Inzittenden van de Funnybike, een driewielig motorvoertuig met een dakconstructie en open zijkanten, zijn helmdraagplichtig. Eerdere berichtgeving in de diverse media wekt de indruk dat het niet nodig is een helm te dragen. Echter, artikel 60 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) is daar heel duidelijk in. Hierin staat hoe o.a. een bestuurder/passagier zich moet gedragen in het verkeer. Inzittenden, bestuurder en eventueel een bijrijder, die zonder helm in een Funnybike rijden zijn dus strafbaar en kunnen hiervoor een bekeuring krijgen: een geldboete van 75 euro. In het RVV-artikel staat o.a. dat bestuurders en de passagiers van driewielige motorvoertuigen een goed passende helm moeten dragen.

De Funnybike wordt beschouwd als een auto en is voorzien van een kenteken. Omdat gordels in het voertuig ontbreken, moeten inzittenden een helm dragen. Een helm dragen hoeft niet wanneer een door de RDW aangewezen type bromfiets, niet zijnde een brommobiel, of motorfiets van wie de zitplaats beschermd wordt door een veiligheidscel en voorzien is van autogordels.

De volledige tekst van het bewuste artikel is hieronder terug te lezen:

Artikel 60

1.

De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet.

2.

Het eerste lid geldt niet voor:

a.

de bestuurder en de passagiers van een snorfiets;

b.

de bestuurder en de achter hem zittende passagier van een brombakfiets;

c.

de bestuurder of de passagier van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen type bromfiets, niet zijnde een brommobiel, of motorfiets van wie de zitplaats beschermd wordt door een veiligheidscel en voorzien is van autogordels. Bij de aanwijzing kan onderscheid gemaakt worden tussen de bestuurder en de passagiers ten aanzien van de gelding van het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de eisen waaraan een type bromfiets of motorfiets moet voldoen om te kunnen worden aangewezen. Deze regels zien in elk geval op de eisen die gesteld worden aan de veiligheidscel en de autogordels;

d.

de bestuurder en de passagiers van een brommobiel met een gesloten carrosserie;

e.

de bestuurder of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig, van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van bevestigingspunten voor autogordels overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 97/24/EG, zoals deze gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en van autogordels die voorzien zijn van een krachtens artikel 5.2.47, zesde lid, van het Voertuigreglement vastgesteld goedkeuringsmerk.

3.

Het is bestuurders verboden passagiers beneden de twaalf jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.